Zullen ze ons missen?

‘Dwaaldromen en verder.’ Dat was de laatste expositie in het Natuurhistorisch Museum Meerssen. Fotokunst en gedichten van de in Rothem geboren en getogen kunstenaar Mauriliers Schoenmaekers. En nu is het klaar. Voorbij. Voorzitter Jules à Campo: ‘We hebben tegen de gemeente gezegd dat we niet meer bestaan.’ Hoe was het en hoe is het zo gekomen?

Hoe het was, dat kan Jean Kerckhoffs misschien wel het beste vertellen. Sinds de oprichting van het museum in 1978 was hij er namelijk al bij betrokken. Tweeënveertig jaar dus. En eigenlijk begon het nog eerder. ‘Het is begonnen met Paul van der Putten. Hij was erg betrokken bij de natuur en had veel verstand van planten. In de weekends ging hij altijd met zijn kinderen wandelen. Die kinderen namen hun vriendjes en vriendinnetjes mee en die namen weer hún vriendjes en vriendinnetjes mee. Zo ontstond als een ‘zwaan-kleef -aan- effect’ een clubje, dat uiteindelijk resulteerde in de Jeugdnatuurhistorische Vereniging.’ Dat was in feite de voorloper van het Natuurhistorisch Museum Meerssen, waarvan de inmiddels overleden Paul van der Putten de eerste voorzitter werd.

De canon van Meerssen

Het museum was van 1978 tot 2013 gevestigd in de Proosdijhoeve in Meerssen. Maria Vanlier, die meer dan vijfentwintig jaar het secretariaat bestierde: ‘In die periode was het meer een statisch museum. Er stonden voorwerpen waar je veel over kon vertellen als iemand daarin geïnteresseerd was. Oude landbouwwerktuigen of iets over de mergelwinning bijvoorbeeld. Voor Jean Kerckhoffs was dit de leukste periode van het museum. Hij genoot tijdens zijn rondleidingen door het museum van de interesse en aandacht van de bezoekers.   Het enthousiasme waarmee kinderen in het museum een vakwerkhuisje in elkaar konden zetten met houten pinnen, takken en leem, is een mooie herinnering. Rond 2013 begon op initiatief van de gemeente Meerssen een nieuwe periode voor het Natuurhistorisch Museum, een periode die gesymboliseerd wordt door de officiële opening van het Erfgoedhuis Meerssen in 2015. Voorzitter Jules à Campo: ‘We kwamen terecht in een mooi, modern gebouw van drie verdiepingen. Op de begane grond kwamen professionele exposities, gebaseerd op de canon van Meerssen: over de Curfsgroeve, de prehistorie, de Romeinen, Karel de Grote. Op de eerste verdieping hadden we exposities van kunstenaars uit Meerssen of met roots in Meerssen. Op de tweede verdieping stonden aaibare, opgezette dieren. We hadden veel schoolklassen. Die kinderen kwamen dan vaak ’s zondags terug met hun ouders. Die zeiden dan: “Oh, wat mooi! Ik wist niet dat we dit hier in Meerssen allemaal hadden”.’ Maria Vanlier: ‘Toeristen wisten ons via de website vaak beter te vinden dan de Meerssenaren zelf. Hoe dat kwam? Dat hebben we ons ook afgevraagd.’

Dingen die voorbijgaan

Maar nu, na tweeënveertig jaar, is dus een einde gekomen aan het museum waar zij zo lang zoveel tijd in gestoken hebben. Wat gaan ze het meest missen? Jean Kerckhoffs: ‘We gaan elkaar missen. De contacten en gesprekken, niet alleen over het museum, maar ook over persoonlijke dingen.’ Maria Vanlier: ‘Ik denk dat het een verarming is voor Meerssen. Het museum bood de mensen de mogelijkheid bezig te zijn met hun verleden. Waar liggen je wortels, hoe is onze manier van leven en onze cultuur ontstaan.’ Jules à Campo: ‘Het is jammer van alle energie die je erin gestoken hebt. Ik ga ook de contacten missen met de mensen waarmee je samenwerkte.’ De exposanten bijvoorbeeld en – dat willen ze ook even gezegd hebben – de uitstekende contacten met mensen van de gemeente Meerssen. Dan de vraag die nog niet beantwoord is: waarom stopt het museum eigenlijk? Het antwoord is eenvoudig: het huidige bestuur heeft geen opvolgers en er zijn ook geen vrijwilligers meer te vinden. Rest alleen nog de slotvraag van Maria Vanlier: ‘Zullen ze ons missen?’

Jules Coenegracht